Anjou-Saumur: Zoetewijnparels in roséland

Nederlandse wijngaarden in Frankrijk

Wijnland Frankrijk - wijngaarden Anjou-Saumur

Wie vanuit Pays Nantais de Loirestreek stroomopwaarts rijdt, komt uit in het gebied van Anjou en Saumur. Hier worden op bijna 17.400 ha wijnvelden de meest diverse soorten wijnen geproduceerd.

Anjou

Anjou, het westelijk deel van dit gebied rond de stad Angers, is met zijn goedkope, half droge rosé, die echter sterk terugloopt, vooral voor de Franse consument een begrip. Dit gebied was tot aan de druifluiscatastrofe bijna uitsluitende met witte rassen beplant, die daarna echter lange tijd slechts 20 procent van de wijnberg voor hun rekening namen en pas in de laatste jaren weer vaker aangeplant worden.
Zowel de meest pretentieuze als eenvoudige Rosé d’Anjou is afkomstig van de regionale druif grolleu of groslot. Dit druivenras wordt nog steeds op ongeveer 4000 ha gecultiveerd, maar wordt in toenemende mate door de cabernet franc of gamay verdrongen. Vooral de druivenvariëteit cabernet franc, die inmiddels bijna een derde van de rodewijnvlakten in Anjou voor zijn rekening neemt, heeft met zijn zuurachtige rosés onder de benaming Cabernet d’Anjou aan populariteit gewonnen. Deze druivenvariëteit levert onder de benaming Anjou-Villages een appellation die in 1987 aan de gebieden ten zuidoosten van Angers toegewezen werd – ook enkele van de beste rode wijnen van de streek met een opmerkelijke kracht en structuur.

De specialiteit d’Anjou

De eigenlijke specialiteit van Anjou zijn echter de uit chenin blanc geperste witte wijnen. Deze druiven, die vooral op de naar het zuiden gerichte leisteenhellingen bij Angers groeien, brachten vroeger vooral zoete, maar tegenwoordig overwegend droge Savennières voort. Coulée de Serrant – een monopolie van 7 ha – en La Roche –aux-Moines bezitten een eigen appellation-status en staan garant voor dichte, complexe, lang houdbare wijnen, die tot de beste witte wijnen van de wereld behoren. De chenindruif is echter vooral geschikt voor de productie van zoete wijnen, waarvoor in Anjou vier appellations zijn aangewezen. In dezelfde streek aan de linkerkant van de Loire-oever, waar ook de Anjou-Villages vandaan komt, worden onder de naam Coteaux de L’Aubance wijnen van prima kwaliteit geproduceerd, waarvan de droge tegenhanger als Anjou Blanc gebotteld wordt. De belangrijkste en grootste zoetewijngebieden bevinden zich echter in de Coteaux du Layon en op de steile hellingen van de gelijknamige benedenloop van de Loire, die zich van Rochefort-sur-Loire over 50 km naar het zuiden uitstrekken. De laatste jaren hebben vakbekwame wijnbouwers hier met een enorme inzet – vooral onder de appellations Chaume en Villages – wijnen gecreëerd die zonder meer kunnen wedijveren met de beroemde wijnen van de grand cru-gebieden Bonnezeaux en Quarts de Chaume, die op hun beurt deel uitmaken van de Coteaux du Layon.

Saumur

Saumurois, het oostelijk deel van het gebied, laat een heel ander beeld zien. Het karakter van de wijnen wordt hier beïnvloed door witte, kalkrijke turfsteen. Witte en rode druivenrassen houden elkaar in evenwicht, waarbij de rode wijnen, vooral die van de appellation Saumur-Champigny rouge uit cabernet franc, niet alleen de bekendste, maar met hun rodevruchtenaroma’s en hun harmonie en elegantie ook de beste zijn. De witte wijnen – de droge worden als Saumur Blanc of Saumur-Champigny Blanc op de markt gebracht en de zoete als Coteaux de Saumur – worden voornamelijk uit chenin blanc geperst en tonen een fraai zuurgehalte en een uitstekend verouderingspotentieel. De mousserende wijnen, Saumur Mousseux genoemd, uit chenin, chardonnay en soms sauvignon blanc staan in economisch opzicht echter op de eerste plaats.

Paradijselijke wijnen uit Anjou-Saumur

Uit Anjou-Saumur komen enkele van de beste milde en zoete witte wijnen ter wereld. Hoewel sinds de 15e eeuw geroemd en door de Hollanders in de 16e en 17e eeuw verder ontwikkeld, werden ze de afgelopen decennia tot de miskende klassiekers gerekend. Dat hierin inmiddels verandering is gekomen, ligt in de eerste plaats aan de hernieuwde belangstelling voor zoete wijnen en in de tweede plaats aan een hernieuwd kwaliteitsbewustzijn van de wijnbouwers, die inmiddels bereid zijn risico’s te nemen – een voorwaarde voor de productie van zoete wijnen.

De basis voor de zoete wijnen van de Loire wordt gevormd door de chenin blanc, die ondanks zijn bijnaam – pineau de la loire – niet verwant is aan de pinotsoorten van Bourgondië, maar uit de Loirestreek zelf komt en al in de 9e eeuw in Anjou gecultiveerd werd. De chenin kan een breed spectrum van verschillende wijnen leveren, afhankelijk van de rijpingsgraad. In minder goede jaren brengen de druiven vaak niet meer dan 170 gram suiker of ongeveer 10 procent alcohol op. Ze zijn dan alleen nog te gebruiken voor droge witte of mousserende wijnen. Als het weer gunstig is en de druiven daardoor een suikergehalte van tussen de 190 en 260 gram hebben, worden hieruit halfdroge of zoete wijnen geproduceerd. In buitengewone jaren daarentegen, wanneer het suikergehalte 500 gram kan bereiken, worden de druiven bijna uitsluitend gebruikt voor zoete wijnen. Hun potentiële alcoholgehalte ligt dan tot op 30 volumeprocent. Deze ongewoon hoge suikerconcentraties van de druiven kunnen op twee manieren bereikt worden: passerillé, het indrogen van de druiven op hete, droge herfstdagen, of botrytisvorming. Het eerste komt aan de Loire slechts zelden voor – alleen bij heel bijzondere jaargangen als die van 1947 en 1989 –, veel vaker daarentegen is er sprake van botrytisvorming. De bekende schimmel heeft een herfstachtige ochtendmist nodig, die in de loop van de morgen door de zon verdreven wordt, waarop een heldere dag volgt en in het gunstigste geval een heldere, koude nacht.

De botrytisschimmel dringt door de bessenschil, zodat het vocht door de gaatjes verdampt en de suikers zich sterk concentreren. De druiven worden meestal in verschillende etappen geoogst, waarbij steeds alleen de rijpste druiven geplukt worden. Terwijl sommige wijnboeren elke oogst apart bereiden en bottelen, zoeken andere de grootst mogelijke harmonie en het evenwicht om de op verschillende tijdstippen binnengebrachte wijnen te versnijden. In de regel gist de most bij relatief lage temperaturen, waarbij de alcoholische gisting twee maanden in beslag kan nemen. Als de wijn het gewenste alcoholpercentage heeft bereikt – bij halfzoete wijnen 12 tot 13 procent, bij edelzoete wijnen 13 tot 14 procent –, wordt het gistingsproces gestopt. Ondanks de enorme hoeveelheid restsuikers die in de wijn aanwezig blijft, maken de ‘moelleux’ – een benaming voor zachte, zoete wijnen uit chenin blanc – geen brede, kleverige indruk, omdat ze door de ontwikkelde zuren een onvergelijkbare ruggengraat krijgen. De eerste twee jaren tonen de wijnen hun intensieve, frisse fruitigheid, daarna worden ze eerder ontoegankelijk, totdat het bouquet na vijf tot acht jaar met tinten van abrikozen en honing volledig tot ontplooiing is gekomen. Wijnen van goede jaargangen kunnen tientallen jaargangen oud worden, waarbij ze een steeds grotere gelaagdheid en harmonie ontwikkelen. Helaas kan men de verleiding ze veel te vroeg te openen maar zelden weerstaan.

Bron: WIJN, André Dominé, Eckhard Supp, Ulrich Sautter, Wofgang Fahsbender (Uitgeverij Ullmann, ISBN: 978-3-8331-4617-6)
Tekstbewerking: Arie Benda, APERITIEF©

 

Redactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *